Bandbreedte is een van die woorden die iedereen gebruikt en weinig mensen precies kunnen uitleggen. Het verschil met snelheid is bovendien groter dan je zou denken – en dat verklaart waarom een “snelle” internetverbinding soms toch traag aanvoelt.

De snelweg-vergelijking

De klassieke vergelijking werkt goed: bandbreedte is het aantal rijstroken van een weg, niet de maximumsnelheid.

Verbreed je een weg van twee naar acht rijstroken, dan rijdt een enkele auto geen meter per uur harder. Maar er passen er wel veel meer tegelijk. Precies zo werkt internet: een verbinding van 1000 Mbps laat data niet sneller reïzen dan een van 100 Mbps – er kan alleen meer tegelijk doorheen.

Daarom is latency iets anders

Hoe lang een signaal onderweg is, heet latency of ping. Dat wordt bepaald door de afstand en het aantal apparaten onderweg, niet door de bandbreedte.

Dit verklaart een veelvoorkomende verwarring. Iemand met een supersnelle verbinding kan toch haperen tijdens het gamen, terwijl iemand met een veel tragere verbinding vloeiend speelt. Voor gamen telt namelijk vooral de reistijd, niet de hoeveelheid data. Voor het downloaden van een groot bestand is het precies andersom.

Bits en bytes – de factor acht

Een klassieke bron van teleurstelling. Internetsnelheid wordt gemeten in megabits per seconde (Mbps), maar bestandsgroottes in megabytes (MB). Eén byte is acht bits.

Een verbinding van 100 Mbps downloadt dus ongeveer 12,5 MB per seconde, niet 100. Mensen denken vaak dat hun provider niet levert wat is beloofd, terwijl het verschil puur in de eenheid zit.

Waar bandbreedte nog meer telt

Het begrip is niet voorbehouden aan internet. Bij beeldkabels draait alles erom: 4K bij 120 beelden per seconde vraagt vele malen meer data per seconde dan Full HD bij 60. Kan een kabel dat niet aan, dan valt de verbinding terug of helemaal weg.

Ook bij USB is het bepalend. Een externe SSD die 5 Gbps aankan maar op een poort van 480 Mbps zit, haalt nooit zijn snelheid – de langzaamste schakel bepaalt altijd het resultaat.

Waarom je nooit de volle snelheid haalt

De opgegeven bandbreedte is een theoretisch maximum. In de praktijk gaat er altijd een deel op aan:

  • Overhead: naast je data worden adressen en controlegegevens meegestuurd
  • Foutcorrectie: extra informatie om beschadigde stukjes te kunnen herstellen
  • Delen: op een netwerk verdelen apparaten de capaciteit onderling

Tachtig tot negentig procent van het maximum halen is normaal en betekent niet dat er iets mis is.

Hoeveel heb je nodig?

Voor de meeste huishoudens is de eerlijke conclusie dat bandbreedte zelden het probleem is. Video streamen vraagt relatief weinig, zelfs in 4K. Wie last heeft van haperende verbindingen, zoekt het meestal beter in stabiliteit – bekabeld in plaats van draadloos – dan in een duurder abonnement.

Bandbreedte, Internet, Techniek, Uitleg