Nederland speelde een opvallend grote rol in de vroege geschiedenis van het internet. Voor een klein land was de infrastructuur hier vroeg, snel en goed georganiseerd – een voorsprong die tot vandaag doorwerkt.
De eerste verbinding
Eind jaren tachtig werd het Centrum voor Wiskunde en Informatica in Amsterdam aangesloten op het Amerikaanse onderzoeksnetwerk dat de voorloper van het internet vormde. Nederland behoorde daarmee tot de eerste landen buiten de Verenigde Staten met een verbinding.
Ook het domein .nl werd al halverwege de jaren tachtig geregistreerd, ruim voordat het publiek wist wat een domeinnaam was. In die tijd draaide het internet volledig om universiteiten en onderzoeksinstellingen; commerciële toepassingen waren nadrukkelijk niet toegestaan.
Van onderzoek naar burger
Begin jaren negentig kwam daar verandering in. In Amsterdam ontstond De Digitale Stad, een initiatief dat het internet presenteerde als een virtuele stad met pleinen, huizen en cafés. Het idee was even simpel als effectief: geef gewone mensen een gratis ingang en kijk wat er gebeurt.
Wat er gebeurde was dat duizenden mensen zich aanmeldden – veel meer dan verwacht. Voor veel Nederlanders was dit de eerste kennismaking met internet, in een tijd dat je nog verbinding maakte via de telefoonlijn, met dat karakteristieke piepende en krakende geluid.
Het geluid van inbellen
Dat geluid was geen bijgeluid maar de verbinding zelf. Twee modems “praatten” met elkaar in tonen, onderhandelden over de snelheid en controleerden de lijnkwaliteit. Wie inbelde, bezette de telefoonlijn: bellen en internetten tegelijk kon niet. Menig gezinsruzie ontstond doordat iemand de telefoon opnam terwijl een ander online was.
De snelheden waren naar huidige maatstaven nauwelijks voor te stellen. Een enkele foto downloaden duurde minuten, waarbij je het beeld regel voor regel zag verschijnen.
De AMS-IX
Een belangrijke reden waarom Nederland een knooppunt werd, is de Amsterdam Internet Exchange: een plek waar verschillende netwerken hun verkeer rechtstreeks uitwisselen. Hoe meer partijen daar samenkomen, hoe korter de route die data hoeft af te leggen – en hoe aantrekkelijker het weer wordt voor de volgende partij om zich aan te sluiten.
Dat sneeuwbaleffect maakte Amsterdam tot een van de grootste internetknooppunten ter wereld. Het is ook de reden dat er zoveel datacenters in de regio staan.
Wat dat betekent
Voor gebruikers heeft die infrastructuur concrete gevolgen: relatief lage vertraging naar veel diensten, en een dicht netwerk van glasvezel en kabel. Nederland staat al jaren hoog in internationale lijstjes van internetsnelheid en -dekking.
Dat is geen toeval of geluk, maar het resultaat van keuzes die in de jaren tachtig en negentig zijn gemaakt door een handvol onderzoekers en bestuurders die inzagen dat het de moeite waard was om vroeg te beginnen.