Een microSD-kaartje is kleiner dan een vingernagel en kan meer data bevatten dan alle computers van een gemiddeld bedrijf in 1995 samen. De weg daarnaartoe liep via een reeks concurrerende formaten die elkaar in hoog tempo opvolgden.
Het begin: CompactFlash
Midden jaren negentig verscheen CompactFlash, bedoeld voor de eerste digitale camera's. Naar huidige maatstaven was de kaart fors – ongeveer zo groot als een luciferdoosje – maar hij was robuust en werd jarenlang de standaard voor professionele fotografie.
De formatenoorlog
Rond de eeuwwisseling brak een periode aan waarin vrijwel elke fabrikant een eigen kaartje introduceerde. Sony had Memory Stick, Olympus en Fuji hadden SmartMedia en later xD-Picture Card, en daarnaast bestond MultiMediaCard.
Voor consumenten was dat vervelend: je kaartje uit de ene camera paste niet in de andere, en wie van merk wisselde, kon opnieuw beginnen. Voor fabrikanten was het juist aantrekkelijk – een eigen formaat betekende klanten die gebonden bleven en kaarten die alleen zij verkochten, tegen hun prijs.
De gevolgen daarvan zijn nog altijd merkbaar. Bezitters van een oude Sony-camera of een PSP merken dat originele kaarten schaars en duur zijn geworden, simpelweg omdat niemand ze nog maakt.
SD wint
Rond 2000 verscheen de SD-kaart, ontwikkeld door een consortium in plaats van door één bedrijf. Dat bleek doorslaggevend: fabrikanten konden hem vrij toepassen, en dus deden ze dat massaal.
Daarna ging het snel. MiniSD kwam en verdween weer, en in 2005 verscheen microSD – nog geen vierkante centimeter. Dat formaat werd de standaard in telefoons, actioncams, drones en zelfs in kleine computers.
De capaciteit die maar bleef groeien
De eerste SD-kaarten hielden enkele tientallen megabytes vast. Door de jaren heen werd de standaard meerdere keren uitgebreid – van SD naar SDHC naar SDXC – telkens om grotere capaciteiten mogelijk te maken. Die opeenvolging verklaart een probleem dat mensen soms tegenkomen: een ouder apparaat dat een nieuwe kaart niet herkent. Het apparaat is niet kapot; het kent de nieuwere standaard simpelweg niet.
Wat die cijfertjes op de kaart betekenen
Op een moderne kaart staat een verwarrende hoeveelheid symbolen: een getal in een cirkel, een U met een cijfer, een V met een getal. Die gaan allemaal over één ding – de gegarandeerde minimale schrijfsnelheid.
Dat is belangrijker dan de maximale snelheid die groot op de verpakking staat. Bij het filmen moet een kaart continu data wegschrijven; zakt hij even in, dan stopt de opname. Voor foto's maakt het veel minder uit.
De les uit dertig jaar geheugenkaarten
De formaten die wonnen, waren zelden de technisch beste. Het waren de formaten die open genoeg waren om door iedereen gebruikt te mogen worden. Dezelfde dynamiek zie je bij vrijwel elke standaard die het gehaald heeft – van USB tot HDMI.