Wie na 2005 geboren is, heeft er waarschijnlijk nooit een gezien – maar het pictogram wordt nog dagelijks gebruikt. Het “opslaan”-icoontje in vrijwel elk programma is een afbeelding van een diskette: een stukje technologie dat al twintig jaar niet meer bestaat.
Van acht inch naar zakformaat
De eerste diskettes verschenen begin jaren zeventig en waren acht inch groot – ruim twintig centimeter, slap en buigzaam. Vandaar de naam: floppy disk. Ze pasten in geen enkele zak en hielden een paar honderd kilobyte vast.
Daarna volgde de 5,25 inch versie, nog steeds slap en kwetsbaar. Pas met de 3,5 inch diskette in de jaren tachtig kwam de vorm die de meeste mensen zich herinneren: een hard plastic omhulsel met een metalen schuifje, dat wel in een broekzak paste.
1,44 megabyte
De standaard 3,5 inch diskette hield 1,44 megabyte vast. Om dat in perspectief te plaatsen: één foto van een moderne telefoon is al snel drie tot vijf megabyte. Je zou dus drie diskettes nodig hebben voor één kiekje.
Software werd daarom geleverd in dozen met stapels diskettes. Een besturingssysteem installeren betekende: schijfje één erin, wachten, verwisselen, schijfje twee, wachten. Wie halverwege een defecte diskette trof, kon opnieuw beginnen.
De kunst van het comprimeren
Omdat ruimte zo schaars was, ontstond een hele cultuur rond compressie: bestanden inpakken om ze over meerdere diskettes te verdelen. Het was ook de tijd waarin je jezelf aanleerde om nooit de laatste versie van een document te overschrijven – want een diskette die “niet leesbaar” bleek, was geen uitzondering maar een terugkerend drama.
Waarom hij verdween
Drie ontwikkelingen deden de diskette de das om:
- Bestanden werden groter. Foto's, muziek en video pasten er simpelweg niet meer op
- De cd-rom kwam op, met honderden keren meer ruimte
- USB-sticks verschenen rond de eeuwwisseling: sneller, herschrijfbaar, veel groter en zonder bewegende delen
Rond 2000 begonnen fabrikanten diskettestations weg te laten uit nieuwe computers. Binnen een paar jaar was het over.
Wat de diskette ons naliet
Behalve dat icoontje liet de diskette ook een les na die nog steeds geldt: opslagmedia gaan kapot. Diskettes waren gevoelig voor magnetisme, stof en tijd – en dat is voor moderne media niet fundamenteel anders. Een harde schijf heeft bewegende delen die slijten, en ook geheugenkaarten en SSD's hebben een eindig aantal schrijfcycli.
De gewoonte om altijd een kopie te hebben, ontstond in het diskettetijdperk uit pure noodzaak. Dat is nooit veranderd – alleen zijn we het door de betrouwbaarheid van moderne opslag wat makkelijker gaan vergeten.