Een modern scherm bestaat uit miljoenen piepkleine lichtpuntjes. Hoe die licht geven, bepaalt vrijwel alles wat je over beeldkwaliteit hoort: zwartwaarde, contrast, kijkhoek en zelfs inbranden.
Wat een pixel is
Eén pixel is niet één lampje maar meestal drie: een rode, een groene en een blauwe. Door die in verschillende sterktes te mengen ontstaat elke kleur. Alle drie vol betekent wit, alle drie uit betekent zwart.
Een 4K-scherm heeft ruim acht miljoen pixels, dus zo'n vierentwintig miljoen afzonderlijke kleurpuntjes. Dat ze allemaal tientallen keren per seconde moeten worden aangestuurd, geeft een idee van wat er in een scherm gebeurt.
LCD: licht dat wordt tegengehouden
Bij een LCD-scherm zit achter het beeld een lamp die altijd brandt. Elke pixel werkt als een klepje van vloeibaar kristal dat licht doorlaat of tegenhoudt.
Dat verklaart het bekende zwakke punt: zwart is nooit echt zwart. Het klepje sluit nooit perfect, dus er lekt altijd wat licht door. In een donkere kamer ziet zwart er daarom eerder donkergrijs uit.
Fabrikanten lossen dat deels op door de achtergrondverlichting in zones te verdelen en die in donkere delen te dimmen. Dat helpt, maar kan een lichte gloed rond heldere objecten geven – een sterrenhemel op een donkere achtergrond is de klassieke testscene.
OLED: elke pixel geeft zelf licht
Bij OLED is er geen achtergrondverlichting. Elke pixel maakt zijn eigen licht, en kan dus ook volledig uit.
Het resultaat is perfect zwart: een uitgeschakelde pixel geeft letterlijk niets. Dat levert een contrast op dat LCD niet kan evenaren, plus een bredere kijkhoek en zeer snelle reactietijden.
Nadelen zijn er ook. OLED haalt doorgaans minder piekhelderheid, wat in een zonnige kamer merkbaar is. En omdat de pixels organisch materiaal bevatten, slijten ze bij intensief gebruik. Statische elementen – een nieuwsbalk, een spelinterface, een zenderlogo – kunnen daardoor op termijn zichtbaar blijven. Moderne schermen nemen daar maatregelen tegen, maar het risico is niet nul.
Waarom kijkhoek verschilt
Bij LCD moet licht door meerdere lagen heen, en onder een schuine hoek verandert de weg die het aflegt. Kleuren verschuiven en contrast neemt af – zoals je merkt als je naast de bank staat. Bij OLED komt het licht rechtstreeks van de pixel, dus dat probleem is er nauwelijks.
De cijfers op de doos
Contrastverhoudingen in reclames zijn zelden vergelijkbaar tussen merken; er bestaat geen strikte meetmethode die iedereen hanteert. Betrouwbaarder zijn eigenschappen als piekhelderheid in nits, het ondersteunde kleurbereik en de verversingssnelheid.
Wat je in de praktijk merkt
In een lichte woonkamer overdag wint helderheid het van perfect zwart. Voor films in een verduisterde kamer is het precies andersom. De beste keuze hangt dus minder af van welke techniek “beter” is, en meer van de kamer waarin het scherm staat.